ECLI:NL:RBAMS:1999:AA4541
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tijdelijke intrekking erkenning bedrijfsvoorraad wegens overtredingen RDW-toezicht
Op 16 maart 1999 voerde een controle-ambtenaar van de RDW een controle uit bij het bedrijf van verzoekster, waarbij meerdere overtredingen werden geconstateerd: onvolledig ingevulde bedrijfsvoorraaddelen, niet aanwezige voertuigen die als bedrijfsvoorraad waren aangemeld, en voertuigen op de openbare weg zonder handelaarskentekenplaat. Na eerdere waarschuwingen legde de RDW een tijdelijke intrekking van de erkenning bedrijfsvoorraad op voor zes weken.
Verzoekster betwist de overtredingen niet, maar voert aan dat de parkeerruimte beperkt is en dat de overtredingen incidenteel waren. Sinds de controle zijn geen overtredingen meer geconstateerd. Verzoekster vindt de sanctie onevenredig en zou liever een boete zien. Verweerder stelt dat de sanctie passend is binnen het toezichtbeleid, waarbij herhaalde zware overtredingen een tijdelijke intrekking rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelt dat de overtredingen voldoende zijn vastgesteld en dat de opgelegde sanctie proportioneel is gezien de ernst en herhaling van de overtredingen. Het toezichtbeleid van de RDW is hierbij leidend. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de tijdelijke intrekking van de erkenning bedrijfsvoorraad wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen.