ECLI:NL:RBAMS:1999:AF0016
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling en opheffing faillissement wegens ontbreken nieuwe omstandigheden
Verzoeker heeft op 16 augustus 1999 een verzoekschrift ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling met gelijktijdige opheffing van zijn faillissement. Dit verzoek is behandeld op 27 september 1999, waarbij verzoeker en de curator werden gehoord.
De rechtbank houdt rekening met een eerder vonnis van 15 april 1999 en een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 4 mei 1999, waarin een soortgelijk verzoek was afgewezen. Verzoeker stelde dat sindsdien nieuwe feiten en omstandigheden zijn ontstaan, waaronder het in loondienst treden bij een vennootschap en het verrichten van werkzaamheden met een inkomen van circa 1.500 gulden per maand.
De curator betwistte deze feiten en bracht naar voren dat verzoeker freelance werkzaamheden verrichtte zonder de curator hiervan op de hoogte te stellen en inkomsten verzweeg. De rechtbank oordeelde dat niet is gebleken van een wijziging van omstandigheden die toepassing van de schuldsaneringsregeling rechtvaardigen. Tevens is er gegronde vrees dat verzoeker tijdens de regeling zijn schuldeisers zal benadelen.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling en opheffing van het faillissement af.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling en opheffing van het faillissement is afgewezen wegens ontbreken van nieuwe omstandigheden.