Uitspraak
Arrondissementsrechtbank te Amsterdam
, gevestigd te Amsterdam, eiser,
Rechtbank Amsterdam
Eiser, exploitant van een restaurant, betwistte de correctienota’s, administratieve boetes en de registratie van administratief verzuim opgelegd door verweerder over de periode van oktober 1996 tot en met december 1997. Eiser stelde dat de betrokken personen geen werknemers waren, maar vrijwillige hulp van familie en vrienden.
De rechtbank oordeelde dat het ongeloofwaardig is dat het restaurant gedurende vijf jaar op basis van onbetaalde, vrijwillige hulp kon functioneren, mede omdat deze personen ook in andere restaurants van eiser zouden hebben geholpen. Verklaringen van werknemers die loon ontvingen en onder gezag stonden, ondersteunden dit oordeel. De administratie van eiser werd terecht verworpen, waardoor verweerder op basis van een schatting premies mocht berekenen.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser opzet of grove schuld had, omdat hij bewust betalingen buiten de administratie hield en zich bewust was van illegale arbeidsrelaties. Er waren geen omstandigheden die matiging van de boete rechtvaardigden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen correctienota’s, boetes en administratief verzuim wordt ongegrond verklaard.