ECLI:NL:RBAMS:2000:119
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen correctienota’s, boetenota’s en verzoek uitstel betaling sociale premies
Eiser, handelend onder de naam van een restaurant te Amsterdam, maakte bezwaar tegen correctienota’s en boetenota’s opgelegd door het Landelijk Instituut sociale verzekeringen over de jaren 1993 tot en met 1997, alsmede tegen de afwijzing van zijn verzoek om uitstel van betaling.
De rechtbank oordeelde dat de door eiser aangeduide personen als werknemers moesten worden beschouwd, gelet op verklaringen van betrokkenen en de feitelijke gezagsverhouding. De administratie van eiser werd verworpen, waardoor verweerder op basis van een schatting premies mocht berekenen. Het verweer van eiser dat hij te goeder trouw handelde en geen opzet of grove schuld had, werd verworpen omdat eiser bewust betalingen buiten administratie hield en wist van illegale arbeidskrachten.
Het beroep tegen de correctie- en boetenota’s werd daarom ongegrond verklaard. Ten aanzien van het verzoek om uitstel van betaling stelde de rechtbank vast dat verweerder niet had getoetst aan het eigen beleid, waardoor het besluit ontbrak aan een kenbare motivering en werd vernietigd. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en kosten rechtsbijstand.
Uitkomst: Het beroep tegen correctienota’s en boetenota’s wordt ongegrond verklaard, het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om uitstel van betaling wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd.