ECLI:NL:RBAMS:2000:AA4693
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.W.J. de Groot
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak ondanks bewezen geweld tegen politieambtenaar in context van buurtconflict
Op 23 april 1998 heeft verdachte samen met anderen openlijk geweld gepleegd tegen een politieambtenaar door het gooien van een steen in diens richting. Dit vond plaats op verschillende straten in Amsterdam. Verdachte ontkende zelf te hebben gegooid, maar was wel aanwezig tijdens het incident. De kinderrechter achtte het bewezen dat verdachte betrokken was bij het geweld, mede gebaseerd op een ambtsedige verklaring van een agent.
De verdediging voerde aan dat de dagvaarding na wijziging onduidelijk was, wat werd verworpen. Ook werd betoogd dat sprake was van een vergissing door de verbalisant, maar dit werd niet aannemelijk geacht omdat verdachte zelf het risico van vergissing had gecreëerd door aanwezig te zijn.
De context van het incident was een langdurige escalatie tussen Marokkaanse jongeren en de politie, waarbij de politie een hardere aanpak was gaan voeren. De rechter erkende de gespannen verhouding en het uitlokkende gedrag van de jongeren, maar stelde dat het politieoptreden binnen de wettelijke kaders viel.
Hoewel verdachte strafbaar werd verklaard voor het bewezen geweld, werd geen straf opgelegd. Dit vanwege zijn actieve medewerking aan de procedure, het ontbreken van nieuwe politiecontacten sinds het incident, en de noodzaak om duidelijkheid te scheppen over onacceptabel gedrag richting politie. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte strafbaar verklaard maar geen straf opgelegd; bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.