ECLI:NL:RBAMS:2000:AA4695
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.W.J. de Groot
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte na geweldsincident tegen politie in Amsterdam
Op 23 april 1998 vond in Amsterdam een incident plaats waarbij verdachte samen met anderen openlijk geweld gebruikte tegen politiefunctionarissen. Dit geweld bestond uit schreeuwen, schelden, trekken, duwen, opdringen, omringen en trappen. Verdachte voerde aan dat zijn gedrag een te rechtvaardigen reactie was op onjuist politieoptreden, met name het wegsturen van zijn broer van een speelplaatsje.
De rechtbank oordeelde dat de politie bevoegd was op te treden en dat het gedrag van verdachte en zijn medeverdachten niet als noodweer kon worden aangemerkt. Wel werd erkend dat de relatie tussen politie en Marokkaanse jongeren gespannen was en dat repressief optreden zonder preventieve maatregelen nauwelijks effectief is.
Hoewel het bewezen was dat verdachte geweld had gepleegd, werd geen straf opgelegd. De rechter nam mee dat verdachte actief heeft meegewerkt aan de procedure en sinds het incident geen nieuwe politiecontacten had. Ook wilde de rechtbank een duidelijk signaal afgeven dat agressief gedrag tegenover politie niet wordt geaccepteerd, maar tegelijkertijd rekening houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Het vonnis werd uitgesproken door de kinderrechter H.W.J. de Groot op 2 februari 2000.
Uitkomst: Verdachte werd strafbaar verklaard voor geweld tegen politie, maar er werd geen straf opgelegd.