ECLI:NL:RBAMS:2000:AA4869
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J.L. Mastboom
- M. Gonggrijp - van Mourik
- K.D. van Ringen
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit grootschalige drugshandel en criminele organisatie
De rechtbank Amsterdam behandelde de ontnemingsvordering tegen verdachte, die eerder door het gerechtshof was veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie en grootschalige invoer van hashish. Het financieel onderzoek en diverse getuigenverklaringen vormden de basis voor de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De rechtbank baseerde haar berekening op minimaal 17 transporten van hashish vanuit Marokko en Spanje, waarbij zij uitging van conservatieve hoeveelheden per transport en een verkoopprijs van 3.000 gulden per kilogram. Na aftrek van kosten kwam het wederrechtelijk verkregen voordeel uit op 62.084.000 gulden.
De verdediging voerde aan dat het voordeel alleen toegerekend mocht worden aan het daadwerkelijk aan verdachte toegevloeide bedrag, maar de rechtbank oordeelde dat een reële schatting gerechtvaardigd was gezien het ontbreken van concreet bewijs over individuele winstverdeling binnen de organisatie.
De rechtbank legde verdachte de verplichting op tot betaling van het vastgestelde bedrag aan de Staat, met een vervangende hechtenis van zes maanden bij niet-betaling. Dit vonnis werd gewezen door drie rechters en uitgesproken op 17 februari 2000.
Uitkomst: Verdachte is verplicht tot betaling van 62.084.000 gulden aan de Staat, bij niet-betaling vervangende hechtenis van 6 maanden.