ECLI:NL:RBAMS:2000:AA5628
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J.L. Mastboom
- P.H.M. Kuster
- J.L. Bruinsma
- Rechtspraak.nl
Verlening termijn voor betekening dagvaarding wegens omkoping en deelname criminele organisatie
Op 25 april 2000 heeft de rechtbank Amsterdam een beschikking gegeven op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn voor het betekenen van de dagvaarding aan verdachte. De verdachte wordt beschuldigd van omkoping van anderen dan ambtenaren en van deelname aan een criminele organisatie, waarbij hij een medeoprichter en/of leidinggevende rol vervulde.
Tijdens de openbare terechtzitting van 17 april 2000 werd de vordering van de officier van justitie behandeld, waarbij ook de verdachte en zijn raadsman werden gehoord. De rechtbank constateerde dat de officier van justitie had verzuimd om binnen de door de raadkamer gestelde termijn de dagvaarding te betekenen.
Gezien het algemeen belang en het ontbreken van een verlengingsverzoek door de officier van justitie, besloot de rechtbank een kortere dan gebruikelijke nieuwe termijn van zes weken vast te stellen waarbinnen de dagvaarding moet worden betekend of moet worden overgegaan tot kennisgeving van niet verdere vervolging.
Uitkomst: De rechtbank stelt een nieuwe termijn van zes weken voor het betekenen van de dagvaarding of kennisgeving van niet verdere vervolging.