ECLI:NL:RBAMS:2000:AA5821
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak bedreiging en geweldpleging; verzet tegen politie en niet opvolgen vordering bewezen
De politierechter te Amsterdam behandelde twee zaken tegen verdachte, waarin meerdere feiten ten laste werden gelegd. Feit 1 van zaak A (bedreiging) en feit 1 van zaak B (geweldpleging) werden niet bewezen verklaard en verdachte werd daarvan vrijgesproken. De rechter oordeelde dat de vuistslag die verdachte maakte geen pijn of letsel veroorzaakte en dat de vermeende bedreigingen niet overtuigend waren bewezen.
Feit 2 van zaak A, het verzet tegen een politieambtenaar tijdens een aanhouding op 20 augustus 1997, werd wel bewezen verklaard. Verdachte had zich verzet door te rukken en te trekken tegen de politieambtenaar die hem wilde geleiden. Tevens werd feit 2 van zaak B bewezen verklaard, waarbij verdachte op 3 juli 1999 opzettelijk geen gehoor gaf aan een vordering van een politieambtenaar om het Mercatorplein te verlaten.
De politierechter wees het verweer van noodweer af, omdat het politieoptreden rechtmatig was en verdachte zich bewust was van het politieoptreden. Gezien de ernst van de feiten en de omstandigheden werd verdachte veroordeeld tot een geldboete van vijfhonderd gulden, met een vervangende hechtenis van tien dagen bij niet-betaling. Het vonnis werd uitgesproken op 16 mei 2000 door politierechter P.K. van Riemsdijk.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van bedreiging en geweldpleging, maar veroordeeld tot een geldboete wegens verzet tegen politie en het niet opvolgen van een vordering.