ECLI:NL:RBAMS:2000:AA6192
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid supporter voor wanordelijkheden en schade NAC-stadion
De zaak betreft een vordering van de Amsterdamse Football Club Ajax tegen een supporter die betrokken zou zijn geweest bij wanordelijkheden tijdens de uitwedstrijd tegen NAC op 17 november 1996. Ajax vordert betaling van schadevergoeding wegens vernielingen aan het stadion van NAC, die door NAC aan Ajax in rekening zijn gebracht.
Tijdens de procedure heeft Ajax bewijs geleverd, waaronder getuigenverklaringen van veiligheidscoördinatoren en juristen van Ajax, die verklaren dat de gedaagde supporter actief betrokken was bij het veroorzaken van vernielingen, zoals het losrukken van elektriciteitskabels en het vernielen van de boarding. De gedaagde heeft dit niet gemotiveerd weersproken, maar stelde dat hij de erkenning alleen deed uit vrees voor het verlies van zijn seizoenkaart.
De rechtbank acht de verklaringen van de getuigen geloofwaardig en concludeert dat de gedaagde hoofdelijk aansprakelijk is op grond van artikel 6:166 lid 1 BW Pro. De rechtbank veroordeelt de gedaagde tot betaling van een bedrag van ƒ 42.486,58, vermeerderd met wettelijke rente en kosten, en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De gedaagde wordt hoofdelijk aansprakelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van ƒ 42.486,58 schadevergoeding plus rente en kosten.