ECLI:NL:RBAMS:2000:AA7515
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- T. van Peijpe
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij beëindiging bijstandsuitkering wegens verblijfstatus
Verzoekster, een Ierse nationaliteit houdende vrouw met Nederlandse kinderen, ontving sinds 1991 een bijstandsuitkering die in 1998 werd beëindigd vanwege de Koppelingswet. Na bezwaar werd de uitkering voortgezet. Verzoekster diende meerdere aanvragen in voor een verblijfsvergunning, die werden afgewezen. De gemeente beëindigde opnieuw de uitkering per 19 mei 2000 wegens het ontbreken van een geldige verblijfstatus.
Verzoekster stelde dat zij rechtmatig in Nederland verbleef in afwachting van de beslissing op haar verblijfsaanvraag en dat het besluit tot beëindiging van de uitkering niet deugde, mede op grond van het Europees Verdrag voor Sociale en Medische Bijstand en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.
De rechtbank oordeelde dat het belang van verzoekster bij het toekennen van een voorlopige voorziening zwaarder woog dan het belang van onmiddellijke uitvoering van het besluit. Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening toegewezen, het besluit geschorst en verweerder veroordeeld tot het verlenen van voorschotten op de bijstandsnorm en vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit tot beëindiging van de bijstand wordt geschorst.