ECLI:NL:RBAMS:2000:AA8334
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongelijke behandeling pensioengerechtigde KNIL-dienstplichtigen bij uitkering UDV strijdig met gelijkheidsbeginsel
Eiser, die meer dan vijf jaar werkelijke dienst heeft verricht als KNIL-dienstplichtige, vroeg een erkenningsuitkering aan krachtens de Uitkeringswet tegemoetkoming twee tot vijfjarige diensttijd veteranen (UDV). Deze aanvraag werd afgewezen omdat hij geen recht heeft op een uitkering bij een diensttijd langer dan vijf jaar. Eiser stelde dat deze ongelijke behandeling in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, omdat veteranen met een diensttijd tussen twee en vijf jaar wel aanspraak kunnen maken op een uitkering.
De rechtbank stelde vast dat eiser een invaliditeitspensioen ontvangt en dat volgens de Uitkeringswet KNIL-dienstplichttijd (UKW) militairen met meer dan vijf jaar dienst en een overheidspensioen geen uitkering kunnen krijgen, terwijl militairen met twee tot vijf jaar dienst en een overheidspensioen wel aanspraak kunnen maken op een uitkering krachtens de UDV. Dit leidt tot ongelijke behandeling van gelijke gevallen.
De rechtbank overwoog dat het onderscheid geen redelijke en objectieve rechtvaardigingsgrond heeft, mede gelet op de wetsgeschiedenis waarin beoogd werd veteranen die lange tijd onder moeilijke omstandigheden hebben gediend te erkennen. De passage "doch minder dan vijf" in artikel 2, eerste lid, van de UDV is daarom buiten toepassing verklaard wegens strijd met artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR).
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, herroept het eerdere besluit en kent eiser de uitkering toe. Tevens veroordeelt zij verweerder tot vergoeding van de proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en kent eiser de uitkering toe wegens strijd met het gelijkheidsbeginsel.