ECLI:NL:RBAMS:2000:AA8489
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- P.W.A. Gerritzen-Rode
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van bezwaarmakers bij kapvergunning voor herinrichting Dam Amsterdam
De zaak betreft een kapvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam voor het kappen van 12 iepen ten behoeve van de herinrichting van de Dam. Verzoekers, waaronder een omwonende en een wijkcentrum, maakten bezwaar tegen het besluit en stelden dat de bomen behouden moesten blijven vanwege ecologische, esthetische en economische redenen.
De rechtbank heeft onderzocht of verzoekers als belanghebbenden konden worden aangemerkt volgens artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De omwonende woont weliswaar in de buurt maar heeft geen zicht op de Dam en passeert de plek slechts bij het verlaten van haar woning; dit werd onvoldoende geacht voor een rechtstreeks belang. Het wijkcentrum kon geen eigen, persoonlijk belang aantonen dat aansluit bij haar statutaire doelstellingen.
De rechtbank concludeerde dat verzoekers niet als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt en verklaarde hun bezwaren niet-ontvankelijk. Het primaire besluit werd vernietigd en de uitspraak trad in de plaats van het vernietigde besluit. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd afgewezen. De gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Verzoekers werden niet-ontvankelijk verklaard in hun bezwaren wegens gebrek aan rechtstreeks belang; het primaire besluit werd vernietigd.