ECLI:NL:RBAMS:2000:AA8673
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep notaris op verschoningsrecht in civiele procedure over parkeergarage-transacties
In deze civiele procedure tussen de Coöperatieve Vereniging Herengrachtparkeerders en diverse verweerders, waaronder een notaris, staat het beroep van de notaris op zijn verschoningsrecht centraal. De notaris heeft zich bij een voorlopig getuigenverhoor grotendeels op dit recht beroepen om vragen over zijn betrokkenheid bij de overdracht van parkeerrechten niet te beantwoorden.
De verzoekers betogen dat het belang om te weten of de notaris zijn onderzoeksplicht heeft vervuld zwaarder weegt dan het verschoningsrecht, zeker omdat het gaat om zakelijke transacties die niet vertrouwelijk zijn en waarbij de notaris mogelijk mede aansprakelijk is. De rechter-commissaris oordeelt dat het verschoningsrecht niet kan worden ingezet om eigen mogelijk onrechtmatig handelen te verbergen en dat de notaris vragen moet beantwoorden die betrekking hebben op zijn handelen en de feiten die niet meer geheim zijn.
Vragen die betrekking hebben op het overleg tussen cliënten en notaris en vertrouwelijke adviezen hoeven niet beantwoord te worden. Voor overige vragen, waaronder die over de bouwvergunningen, de overdrachten en de clausules in koopakten, moet de notaris zijn visie geven, mede gelet op eerdere verklaringen van andere getuigen. De notaris wordt verplicht tot een nader verhoor waarin hij de vragen die ten onrechte onbeantwoord zijn gebleven alsnog moet beantwoorden.
Uitkomst: De notaris kan zich slechts beperkt op zijn verschoningsrecht beroepen en moet in nader verhoor vragen beantwoorden over zijn handelen bij de overdracht van parkeerrechten.