ECLI:NL:RBAMS:2001:AB0174
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak moord en veroordeling voor valse verklaring overlijden door arts
De rechtbank Amsterdam behandelde een zaak tegen een arts die werd beschuldigd van moord op een patiënt door het toedienen van een dodelijke dosis Alloferine en het afgeven van een valse verklaring over de doodsoorzaak.
De rechtbank oordeelde dat verdachte het overlijden van de patiënt door toediening van Alloferine heeft veroorzaakt, maar dat zijn handelen niet aan de zorgvuldigheidseisen voldeed en geen noodtoestand opleverde die het handelen rechtvaardigde. De arts handelde weliswaar met de intentie het lijden van de patiënt te beëindigen, maar had niet mogen kiezen voor levensbeëindiging zonder expliciete toestemming.
Ten aanzien van het afgeven van een valse verklaring over de doodsoorzaak werd vastgesteld dat verdachte niet kon aannemen dat het overlijden natuurlijk was, waardoor hij strafbaar was. De rechtbank legde geen straf op voor het moordfeit wegens een beoordelingsfout en oprechte bedoelingen, maar veroordeelde hem tot een geldboete voor de valse verklaring.
De officier van justitie werd ontvankelijk verklaard in de vervolging, waarbij eerdere beslissingen van het hof en de Hoge Raad werden bevestigd dat strafrechtelijke toetsing van levensbeëindigend handelen door artsen noodzakelijk is.
De strafrechtelijke sanctie werd beperkt gehouden gezien de omstandigheden, met een proeftijd van twee jaar voor de opgelegde geldboete.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van moord maar veroordeeld tot een geldboete voor het afgeven van een valse verklaring over de doodsoorzaak.