ECLI:NL:RBAMS:2001:AB2241
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J.L. Mastboom
- P.H.M. Kuster
- J.L. Bruinsma
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid en veroordeling wegens onjuiste loonbelastingaangiften en valsheid in geschrift
De rechtbank Amsterdam behandelde op 22 juni 2001 de strafzaak tegen verdachte Johannes Theodorus wegens onder meer betrokkenheid bij onjuiste en onvolledige loonbelastingaangiften en valsheid in geschrift. De verdediging voerde onder meer niet-ontvankelijkheid aan wegens onzorgvuldigheden in het opsporingsonderzoek, waaronder het niet volledig informeren van de rechter-commissaris en onjuiste communicatie door de officier van justitie.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van een patroon van onzorgvuldig optreden door de officier van justitie en opsporingsinstanties, wat ernstige inbreuken op het procesrecht betekende. Hierdoor werd de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard voor de vervolging van feiten 1 tot en met 9 op de dagvaarding. Voor de feiten betreffende onjuiste loonbelastingaangiften over het derde en vierde kwartaal van 1996 en valsheid in geschrift werd verdachte wel schuldig bevonden.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan het opzettelijk onjuist doen van loonbelastingaangiften en het valselijk opmaken van deze aangiften, met als gevolg dat te weinig belasting werd afgedragen. Verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van 25.000 gulden, te vervangen door 140 dagen hechtenis bij niet-betaling. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van ƒ 25.000,= voor onjuiste loonbelastingaangiften en valsheid in geschrift, terwijl de officier van justitie niet-ontvankelijk wordt verklaard voor een deel van de tenlastelegging.