ECLI:NL:RBAMS:2001:AB2385
Rechtbank Amsterdam
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor meervoudige valsheid in geschrift met vrijspraak voor andere tenlastegelegde feiten
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte wegens meerdere strafbare feiten. De verdediging stelde dat de officier van justitie niet ontvankelijk moest worden verklaard vanwege vermeende onrechtmatigheden in het vooronderzoek, zoals het ontbreken van verslaglegging van een pro-actieve fase en het te laat beschikbaar stellen van een bandopname. De rechtbank verwierp deze bezwaren en verklaarde de officier van justitie ontvankelijk.
In de bewijswaardering oordeelde de rechtbank dat het merendeel van de tenlastegelegde feiten niet wettig en overtuigend was bewezen, waardoor verdachte daarvan werd vrijgesproken. Wel werd vastgesteld dat verdachte valselijke facturen had opgemaakt voor twee personenauto's, waarbij onjuiste gegevens werden vermeld met het oogmerk deze geschriften als echt te gebruiken.
De rechtbank achtte het bewezen verklaarde strafbaar en vond geen rechtvaardigingsgrond of omstandigheden die de strafbaarheid uitsloten. Op grond van de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte werd een geldboete van 1.250 gulden opgelegd, met vervangende hechtenis bij niet-betaling. Tevens werd de teruggave bevolen van bepaalde inbeslaggenomen goederen. Het vonnis werd uitgesproken na meerdere zittingen in juni 2001.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van de meeste feiten maar veroordeeld voor meervoudige valsheid in geschrift met een geldboete en vervangende hechtenis.