ECLI:NL:RBAMS:2001:AB2447
Rechtbank Amsterdam
- Cassatie
- H. Patijn
- L.H. Waller
- A.R.J.M. Vermolen
- Rechtspraak.nl
Onttrekking minderjarige aan wettig gezag zonder strafoplegging
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat verdachte tussen 6 juni 1996 en 24 april 2001 zijn minderjarige dochter onttrok aan het wettig gezag van haar moeder door haar in Egypte te laten verblijven zonder terugkeer naar Nederland. Hoewel verdachte aanvankelijk toestemming had voor het verblijf, had de moeder later haar instemming ingetrokken en meerdere brieven gestuurd om terugkeer te bewerkstelligen.
De rechtbank stelde vast dat het gezag formeel bij de moeder bleef berusten, ook volgens het Haags Kinderbeschermingsverdrag, ondanks het verblijf in Egypte. Verdachte handelde opzettelijk door niet te voldoen aan de gezagsbeslissing. De verdediging voerde onder meer niet-ontvankelijkheid van het OM aan, overmacht en strijdigheid met internationale verdragen, maar deze verweren werden verworpen.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte het strafbare feit van onttrekking heeft gepleegd en verklaarde het feit strafbaar. Echter, gezien de persoonlijke omstandigheden van verdachte (doofheid, communicatieproblemen), het ontbreken van eerdere veroordelingen, en de situatie rondom het kind, besloot de rechtbank geen straf of maatregel op te leggen. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.
Uitkomst: Verdachte is schuldig bevonden aan onttrekking van een minderjarige aan het wettig gezag, maar er is geen straf of maatregel opgelegd.