ECLI:NL:RBAMS:2001:AD3543
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.M. van Dijk
- R.A. Sipkens
- R. de Ruijter
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor productie en handel in MDMA en cocaïne
De rechtbank Amsterdam heeft op 31 augustus 2001 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte Van den H. Hij werd beschuldigd van het opzettelijk afleveren en vervoeren van MDMA en het medeplegen van het bezit van grote hoeveelheden MDMA en cocaïne.
De rechtbank achtte het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte tussen december 2000 en februari 2001 betrokken was bij de levering en het vervoer van MDMA, en dat hij op 28 februari 2001 samen met anderen een aanzienlijke hoeveelheid MDMA en cocaïne in bezit had op een locatie die als productieplaats werd omschreven. Verdachte werd vrijgesproken van een derde ten laste gelegde feit.
De rechtbank motiveerde de strafoplegging mede op basis van de ernst van de feiten, de schadelijkheid van XTC voor de volksgezondheid en de maatschappelijke impact van drugshandel. Tegelijkertijd werd rekening gehouden met de ondergeschikte rol van verdachte als 'loopjongen' en zijn eerdere onbesproken strafblad.
De opgelegde straf bestond uit zes maanden gevangenisstraf, een taakstraf van 240 uur met een vervangende hechtenis van 120 dagen, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaar. De tijd in voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht op de onvoorwaardelijke straf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf, 240 uur taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met proeftijd.