ECLI:NL:RBAMS:2001:AD3546
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.M. van Dijk
- R.A. Sipkens
- R. de Ruijter
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplichtigheid aan wederrechtelijke vrijheidsberoving met voorwaardelijke straf
De rechtbank Amsterdam heeft op 13 september 2001 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte D. Verdachte werd medeplichtigheid aan opzettelijke wederrechtelijke vrijheidsberoving ten laste gelegd. Na onderzoek achtte de rechtbank het primaire ten laste gelegde feit niet bewezen, maar wel een andere variant zoals nader omschreven in de bijlage bij het vonnis.
De rechtbank baseerde haar oordeel op de bewijsmiddelen waaruit bleek dat verdachte willens en wetens betrokken was bij de ontvoering door het slachtoffer van zijn vrijheid te beroven. Verdachte stelde zich op het standpunt dat hij door psychische overmacht en medicatiegebruik niet strafbaar was, maar dit werd door de rechtbank verworpen. Verdachte had de gelegenheid om het slachtoffer te bevrijden of de politie in te schakelen, maar deed dit niet.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 9 maanden op, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De straf houdt rekening met de omstandigheden waaronder het feit werd gepleegd, waaronder de intimidatie die verdachte voelde toen medeverdachten zijn woning binnenkwamen. De voorlopige hechtenis werd geschorst en in mindering gebracht op de straf.
Het vonnis benadrukt de ernst van het feit en de negatieve impact op gevoelens van veiligheid in de samenleving. De uitspraak werd gedaan door voorzitter G.M. van Dijk en rechters R.A. Sipkens en R. de Ruijter.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf waarvan 3 maanden voorwaardelijk wegens medeplichtigheid aan wederrechtelijke vrijheidsberoving.