ECLI:NL:RBAMS:2001:AD8006
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.J. van Schaardenburg-Louwe Kooijmans
- Th.H. Lind
- A.V.T. de Bie
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs in strafzaak tegen verdachte geboren 1959
In deze strafzaak heeft de rechtbank Amsterdam het onderzoek verricht naar aanleiding van meerdere terechtzittingen in 2001. Verdachte werd geconfronteerd met een dagvaarding waarin hem verschillende feiten ten laste werden gelegd. De rechtbank heeft de dagvaarding deels nietig verklaard waar het subsidiaire tenlastegelegde betrekking had op het bezit van goederen anders dan door misdrijf.
De verdediging voerde meerdere verweren aan tegen de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie en de geldigheid van de dagvaarding, maar deze zijn door de rechtbank niet inhoudelijk behandeld omdat verdachte geen belang meer had bij deze verweren. De kern van de zaak betrof de beoordeling van het bewijs.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs niet wettig en overtuigend was en dat de stukken van het voorbereidend onderzoek onvoldoende feiten en omstandigheden bevatten om een redelijk vermoeden van schuld te rechtvaardigen. Ook het onderzoek ter terechtzitting bracht geen andere conclusie. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.