ECLI:NL:RBAMS:2001:AE3274
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. van Peijpe
- R.B. Kleiss
- A. van Sonsbeeck
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Wajong-uitkering wegens terbeschikkingstelling in tbs-kliniek niet onrechtmatig
Eiser, die sinds 1 oktober 1998 ter beschikking is gesteld in een tbs-kliniek, betwist de beëindiging van zijn Wajong-uitkering per 1 juni 2000 op grond van de Wet Socialezekerheidsrechten Gedetineerden (WSG). Hij stelt dat het onderscheid tussen verschillende vormen van vrijheidsontneming in strijd is met het recht op gelijke behandeling zoals gewaarborgd in het EVRM, IVBPR en de Grondwet.
De rechtbank onderzoekt of de verschillende vormen van gedwongen plaatsing als gelijke gevallen kunnen worden beschouwd en concludeert dat dit niet het geval is vanwege de verschillen in gronden en rechtsregimes. De rechtbank volgt de jurisprudentie dat toetsing van wetgeving aan algemene rechtsbeginselen en grondwettelijke bepalingen niet aan de rechter toekomt, tenzij sprake is van niet door de wetgever verdisconteerde omstandigheden, welke hier ontbreken.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt zij de rechtmatigheid van de beëindiging van de uitkering per 1 juni 2000. Tevens wijst zij verzoeken om proceskostenvergoeding af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Wajong-uitkering wordt ongegrond verklaard.