ECLI:NL:RBAMS:2002:AD8230
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.S.W. Holtrop
- A.H. Schotman
- W.A.H. Melissen
- N.J.M. Tijhuis
- D. Rijswijk
- Rechtspraak.nl
Klacht over onjuiste renteberekening en beslaglegging door gerechtsdeurwaarders ongegrond verklaard
Klager, een rechtskundig adviseur, had een zakelijke relatie met gerechtsdeurwaarders die in opdracht van klager werkzaamheden verrichtten. Klager was bij vonnis veroordeeld tot betaling van een geldbedrag aan Finata Bank N.V., inclusief rente. Na een betalingsregeling die later werd opgezegd, ontstond discussie over de juistheid van de door de gerechtsdeurwaarders berekende rente en de beslaglegging op banktegoeden.
Klager diende een klacht in tegen de gerechtsdeurwaarders wegens onzorgvuldige renteberekeningen en onrechtmatige beslaglegging. De klacht was deels gebaseerd op feiten vóór de inwerkingtreding van de nieuwe Gerechtsdeurwaarderswet per 15 juli 2001. De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders oordeelde dat klager niet ontvankelijk was voor klachten over feiten vóór die datum, omdat deze reeds in een eerdere procedure met voldoende waarborgen waren behandeld.
De Kamer stelde vast dat hoewel de renteberekeningen inconsistent waren en de handelwijze van de gerechtsdeurwaarders niet professioneel leek, dit geen aanleiding gaf tot disciplinaire maatregelen. De discussie over de juiste renteberekening behoort thuis bij de civiele rechter. De klacht over beslaglegging werd verworpen omdat niet aannemelijk was dat de deurwaarders wisten van onjuistheid van de berekeningen.
De rechtbank verklaarde klager niet ontvankelijk voor klachten over feiten vóór 15 juli 2001 en ongegrond voor de overige klachten. De procedure illustreert het belang van correcte renteberekeningen en de juiste procedurele weg voor geschillen over executiehandelingen.
Uitkomst: Klager wordt niet ontvankelijk verklaard voor klachten over feiten vóór 15 juli 2001 en de overige klachten worden ongegrond verklaard.