ECLI:NL:RBAMS:2002:AD9416
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- A.W.P. Letschert
- Rechtspraak.nl
Geen bestuursbesluit bij beëindiging verstrekkingen op grond van Zorgwet vvtv
Verzoeker, houder van een voorwaardelijke vergunning tot verblijf, ontving verstrekkingen op grond van de Zorgwet vvtv. Na afwijzing van zijn verzoek tot verlenging van deze vergunning en diverse eerdere procedures, ontving hij een brief van de directeur van de Sociale Dienst waarin werd meegedeeld dat de verstrekkingen zouden worden beëindigd.
Verzoeker stelde dat deze beëindiging onvoldoende gemotiveerd was en leidde tot ongerechtvaardigd onderscheid naar nationaliteit. De voorzieningenrechter onderzocht of de brief een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb was, waarbij een extern rechtsgevolg vereist is.
De rechtbank concludeerde dat het rechtsgevolg van beëindiging van verstrekkingen rechtstreeks voortvloeit uit de Zorgwet vvtv en niet uit een bestuursbesluit. De brief was slechts een mededeling van feitelijke aard zonder bevoegdheid om de rechtspositie van verzoeker constitutief vast te stellen.
Daarom was er geen sprake van een besluit waartegen bezwaar of beroep mogelijk is. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening werd afgewezen, en er werd geen proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de beëindiging van verstrekkingen geen bestuursbesluit is.