ECLI:NL:RBAMS:2002:AE0327
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.H. Marcus
- A.J.G.M. de Jong
- J. Edgar
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor milieuverontreiniging door onzorgvuldige asbestverwijdering tijdens sloopwerkzaamheden
In juli 2000 heeft verdachte tijdens sloopwerkzaamheden aan een schuur in Amsterdam niet hechtgebonden bruine asbest (amosiet) platen op de bodem achtergelaten, ondanks dat zij wist dat dit tot bodemverontreiniging kon leiden. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte niet alle redelijke maatregelen heeft genomen om deze verontreiniging te voorkomen.
De dagvaarding bevatte enkele nietigheidsgronden vanwege onduidelijkheden in de omschrijving van de strafbare feiten, maar het bewezenverklaarde feit inzake artikel 10.3 van de Wet milieubeheer werd gehandhaafd. Verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van 15.000 euro en tot betaling van schadevergoedingen aan twee benadeelde partijen, elk een bedrag van 1.558,83 euro, alsmede de kosten van de tenuitvoerlegging.
De rechtbank hield rekening met het feit dat verdachte niet eerder was veroordeeld en al geconfronteerd was met aanzienlijke kosten voor de noodopruiming van het asbest. De strafoplegging werd als passend beschouwd gezien de ernst van de milieuschade en de omstandigheden waaronder het feit was begaan.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van 15.000 euro en betaling van schadevergoedingen aan benadeelde partijen wegens bodemverontreiniging met asbest.