ECLI:NL:RBAMS:2002:AE2270
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J.L. Mastboom
- P.H.M. Kuster
- J.L. Bruinsma
- Rechtspraak.nl
Veroordeling statutair directeur voor valsheid in geschrift en overtreding Wet MOT bij Bank Bangert Pontier
De rechtbank Amsterdam behandelde de strafzaak tegen verdachte, voormalig statutair directeur van Bank Bangert Pontier (BBP), wegens valsheid in geschrift, deelname aan een criminele organisatie, medeplichtigheid aan belastingfraude en overtreding van de Wet melding ongebruikelijke transacties (Wet MOT). Het onderzoek vond plaats over meerdere zittingen tussen oktober 2001 en april 2002.
De rechtbank oordeelde dat de dagvaarding grotendeels geldig was, maar verklaarde enkele passages nietig en wees de vervolging af voor het lidmaatschap van een tweede criminele organisatie wegens schending van de beginselen van een goede procesorde. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedragingen van BBP, waaronder het opzettelijk valselijk opnemen van kasbewijzen in de administratie en het niet melden van ongebruikelijke transacties.
De rechtbank verwierp het verweer van afwezigheid van schuld en oordeelde dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat strafbare feiten zouden plaatsvinden. De strafoplegging hield rekening met de overschrijding van de redelijke termijn, het verlies van de baan van verdachte en de impact op zijn privéleven. Uiteindelijk werd verdachte veroordeeld tot een geldboete van €3.000, bij gebreke van betaling te vervangen door 40 dagen hechtenis.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €3.000, bij gebreke van betaling te vervangen door 40 dagen hechtenis.