ECLI:NL:RBAMS:2002:AE3351
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.J.M. Gijsberts
- G.H. Marcus
- A.M. van der Pal
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onrechtmatig verkregen bewijs bij hennepteeltzaak
De rechtbank Amsterdam behandelde op 29 mei 2002 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van betrokkenheid bij de productie en handel in hennep, een misdrijf volgens de Opiumwet. De zaak berustte mede op telefoontaps die waren bevolen voor medeverdachten, maar waarbij verdachte indirect werd geraakt.
De verdediging stelde dat de machtigingen voor de telefoontaps onrechtmatig waren verleend omdat het bezit van hennep op zichzelf geen ernstige inbreuk op de rechtsorde vormt die een inbreuk op privacy rechtvaardigt. De rechtbank oordeelde dat de rechter-commissaris ten onrechte de machtigingen had verleend, omdat niet was voldaan aan de verscherpte criteria van artikel 126m Sv, waaronder het vereiste van een ernstige inbreuk op de rechtsorde.
Omdat het bewijs rechtstreeks voortkwam uit deze onrechtmatig verkregen telefoontaps, werd het bewijs uitgesloten. Zonder dit bewijs was geen wettig bewijs aanwezig om de tenlastelegging te ondersteunen. De rechtbank sprak verdachte daarom vrij en wees de vordering tot tenuitvoerlegging af.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onrechtmatig verkregen bewijs door onjuiste machtiging tot telefoontap.