ECLI:NL:RBAMS:2002:AE3434
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.M. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Belediging van de vermoedelijke troonopvolger en beschadiging van kleding tijdens rijtoer met gouden koets
Op 2 februari 2002 gooide verdachte tijdens de rijtoer met de gouden koets een zakje met verf naar de koets waarin Z.K.H. Willem-Alexander Prins van Oranje en H.K.H. Maxima Zorreguieta Prinses van Oranje zaten. Dit werd door de politierechter als een opzettelijke belediging van het bruidspaar, die nauw betrokken zijn bij de koninklijke functie, aangemerkt.
Daarnaast werd vastgesteld dat verdachte met voorwaardelijke opzet kleding van beveiligers nabij de koets beschadigde door het gooien van het zakje verf. De verdediging voerde aan dat het protest een symbolische uiting was en dat de vervolging een disproportionele inbreuk op de uitingsvrijheid vormde, maar deze verweren werden verworpen.
De politierechter oordeelde dat de belediging en beschadiging strafbaar waren en dat er geen rechtvaardigingsgrond bestond. Verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €250, bij niet-betaling te vervangen door vijf dagen hechtenis. Vorderingen van benadeelden werden afgewezen omdat verdachte de schade had vergoed.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €250, bij niet-betaling te vervangen door vijf dagen hechtenis wegens opzettelijke belediging en beschadiging.