ECLI:NL:RBAMS:2002:AE4417
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.B. Leeser-Gassan
- H. Has
- M.J. van Steeg
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor moord met voorbedachten rade en toewijzing schadevergoeding
De rechtbank Amsterdam heeft op 13 juni 2002 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van moord met voorbedachten rade gepleegd tussen 1 en 4 juni 2001 te Amsterdam. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het slachtoffer heeft gewurgd na kalm beraad en rustig overleg, waarbij het slachtoffer gebonden werd achtergelaten in diens woning.
Het bewijs bestond onder meer uit DNA-sporen van verdachte op cruciale plaatsen zoals de polsen, riem en stropdassen waarmee het slachtoffer was gebonden, evenals op de nagels van het slachtoffer. De verdediging voerde aan dat er onzekerheden waren over de toedracht en dat het voorbedachten rade niet bewezen kon worden, maar de rechtbank verwierp deze stellingen.
Een psychologisch rapport concludeerde dat verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar is vanwege een antisociale persoonlijkheid, wat de rechtbank meenam bij de strafoplegging. De rechtbank veroordeelde verdachte tot tien jaar gevangenisstraf, waarbij de tijd in voorlopige hechtenis in mindering wordt gebracht.
Daarnaast werd een schadevergoeding van €9930,07 toegekend aan de benadeelde partij, met een aanvullende maatregel ter waarborging van betaling. Een deel van de vordering werd niet-ontvankelijk verklaard, omdat dit deel niet eenvoudig in het strafgeding kon worden behandeld.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf voor moord met voorbedachten rade en moet een schadevergoeding van €9930,07 betalen.