ECLI:NL:RBAMS:2002:AE5855
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- M.Y.C. Poelmann
- Rechtspraak.nl
Weigering inzage onderzoeksdossier door Deloitte in parlementair enquêteonderzoek
De Enquêtecommissie, ingesteld door de Tweede Kamer, vorderde via kort geding dat Deloitte inzage zou geven in het onderzoeksdossier dat ten grondslag ligt aan een onderzoek naar integriteitschendingen bij de Provincie Zuid-Holland. Deloitte weigerde dit op grond van het functionele verschoningsrecht en de geheimhoudingsplicht jegens verhoorde personen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de Enquêtecommissie als onderdeel van de Staat via de Staat als formele procespartij kon optreden. Hoewel de WPE een strafrechtelijke vervolging mogelijk maakt bij weigering, biedt deze geen snelle civiele procedure voor inzage. De voorzieningenrechter bevestigde dat een civiele rechter bevoegd is kennis te nemen van een dergelijke vordering en dwangsommen kan opleggen.
Echter, inhoudelijk werd de vordering afgewezen omdat het dossier alleen verklaringen bevat die onder belofte van geheimhouding zijn afgelegd, en het verschoningsrecht en immuniteit van getuigen niet omzeild mogen worden. Deloitte bood aan de namen van verhoorde personen te verstrekken zodat de Enquêtecommissie deze zelf kan horen met inachtneming van waarborgen. De belangen van Deloitte bij geheimhouding wegen zwaarder dan het belang van de Enquêtecommissie bij inzage.
De voorzieningenrechter veroordeelde de Enquêtecommissie in de proceskosten en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vordering van de Enquêtecommissie af en veroordeelt haar in de proceskosten.