ECLI:NL:RBAMS:2002:AE5899
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing vrijstellingsbesluit aanleg verbindingsweg WTCW-terrein Amsterdam wegens onvoldoende milieueffectonderzoek
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om vrijstelling te verlenen voor de aanleg van een verbindingsweg op het WTCW-terrein. De rechtbank heeft beoordeeld of het besluit voorzien is van een goede ruimtelijke onderbouwing en of de belangen van beschermde planten- en diersoorten voldoende zijn meegewogen.
Uit het dossier blijkt dat de rugstreeppad, een beschermde diersoort volgens de Habitatrichtlijn, voorkomt in het gebied. Verzoekster stelde dat ontheffing op grond van de Flora- en faunawet had moeten worden aangevraagd, wat niet is gebeurd. Ook is geen milieueffectrapportage opgesteld, waardoor de milieueffecten van de weg onvoldoende zijn onderzocht.
De rechtbank oordeelt dat het besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en artikel 3:2 Awb Pro, omdat de belangen van beschermde soorten niet naar behoren zijn afgewogen. Gezien de aard van de procedure is nader onderzoek niet mogelijk. De aanleg van de weg kan worden uitgesteld tot de goedkeuringsprocedure van het bestemmingsplan is afgerond, waarbij deze aspecten wel worden betrokken.
Daarom wordt het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening toegewezen en het besluit van 14 februari 2002 geschorst. Tevens wordt verweerder verplicht het betaalde griffierecht aan verzoekster te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot vrijstelling voor de aanleg van de verbindingsweg wordt geschorst wegens onvoldoende milieueffectonderzoek en onvoldoende afweging van beschermde diersoorten.