ECLI:NL:RBAMS:2002:AE6048
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.J.L.M. van Dijk
- H.B. van Gijn
- C. Bleeker
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs in strafzaak tegen verdachte zonder vaste verblijfplaats
Op 31 juli 2002 heeft de rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte geboren te Edinburgh zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland. De zaak werd behandeld door de zevende meervoudige kamer B.
Tijdens de terechtzitting van 17 juli 2002 werd het onderzoek afgerond en beraadslaagde de rechtbank over de tenlastelegging zoals omschreven in de dagvaarding. Deze tenlastelegging werd als integraal onderdeel van het vonnis beschouwd.
Na zorgvuldige waardering van het bewijs concludeerde de rechtbank dat het bewijs niet wettig en overtuigend was. Hierdoor werd het tenlastegelegde niet bewezen geacht en werd verdachte vrijgesproken. De uitspraak werd openbaar uitgesproken door de drie rechters onder voorzitterschap van mr B.J.L.M. van Dijk.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.