ECLI:NL:RBAMS:2002:AE6809

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
22 augustus 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
13/127133-02
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 126ij SvArt. 126aa Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs in zaak terugkoop gestolen schilderijen

De rechtbank Amsterdam behandelde op 8 augustus 2002 een strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van betrokkenheid bij de terugkoop van gestolen schilderijen. De officier van justitie had een wijziging in de tenlastelegging aangebracht, maar de verdediging voerde aan dat sprake was van een burger/pseudokoop, waarbij volgens artikel 126ij Sv een schriftelijke overeenkomst tussen officier van justitie en burger vereist is. Deze overeenkomst ontbrak in het dossier, aldus de verdediging, waardoor de vervolging niet ontvankelijk zou moeten worden verklaard.

De rechtbank oordeelde echter dat het initiatief voor de koop uitging van Sotheby's en niet van het openbaar ministerie, en dat de medewerker van Sotheby's pas later in samenspraak met de politie handelde. Hierdoor was er geen sprake van een burger/pseudokoop zoals bedoeld in de wet, en werd het verweer verworpen.

Uiteindelijk achtte de rechtbank het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen en sprak verdachte vrij. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven. De uitspraak werd gedaan door de achtste meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam, onder voorzitterschap van mr. R.A. Sipkens.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Parketnummer: 13/127133-02
Datum uitspraak: 8 augustus 2002
op tegenspraak
VONNIS
van de rechtbank Amsterdam, achtste meervoudige kamer D, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
geboren te Leiden op 18 november 1981,
ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres], gedetineerd in het Huis van Bewaring [adres]
De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 8 augustus 2002.
1. Telastelegging
Aan verdachte is telastegelegd hetgeen staat omschreven in de dagvaarding zoals ter terechtzitting gewijzigd. Van de dagvaarding en de vordering wijziging telastelegging zijn kopieën als bijlagen 1 en 2 aan dit vonnis gehecht. De gewijzigde telastelegging geldt als hier ingevoegd.
2. Voorvragen
2.1. Ontvankelijkheid van de officier van justitie.
De raadsman heeft ter terechtzitting aangevoerd dat er gesproken kan worden van een burger/pseudokoop als bedoeld in artikel 126ij van het Wetboek van Strafvordering nu de gedragingen van de medewerker van Sotheby's, [getuige 1], bij de terugkoop van de gestolen schilderijen geregisseerd en gestuurd zijn door het openbaar ministerie. Aan deze pseudokoop door een burger zijn een aantal voorwaarden verbonden waaronder het opmaken van een door de officier van justitie met de betreffende burger overeengekomen schriftelijke overeenkomst. Ex artikel 126aa van het Wetboek van Strafvordering zou deze overeenkomst in schriftelijke vorm moeten zijn opgenomen in het dossier van zijn cliënt, dan wel zou er proces-verbaal moeten zijn opgemaakt van deze afspraken. Nu geen van deze stukken in het dossier zijn aangetroffen dient naar zijn oordeel de officier van justitie niet ontvankelijk te worden verklaard in de vervolging van verdachte.
De rechtbank overweegt te dien aanzien alsvolgt.
Artikel 126ij van het Wetboek van Strafvordering heeft betrekking op het geval dat een persoon die geen opsporingsambtenaar is met de officier van justitie overeenkomt dat deze bijstand verleent aan de opsporing door goederen af te nemen of diensten te verlenen aan de verdachte. Het initiatief van de koop gaat in dat geval uit van het openbaar ministerie.
In het onderhavige geval ging het initiatief van de koop van de schilderijen uit van Sotheby's, wier medewerker [getuige 1], daartoe was benaderd door verdachte en zijn mededaders via de tussenpersoon [J.P.G.S.]. [getuige 1] had in eerste instantie ook geen behoefte aan bemoeienis van politie, omdat hij bang was dat de deal dan niet door zou gaan. Het was pas nadat hij al een eerste ontmoeting met de helers in het Victoria hotel te Amsterdam had geregeld dat hij de politie inlichtte, die toen bij het vervolg van de gebeurtenissen rondom de (terug)koop van de schilderijen, in samenspraak met de officier van justitie, [getuige 1] heeft geadviseerd hoe hij het beste kon handelen. In het licht van het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat er in het onderhavige geval geen sprake is geweest van een burger/pseudokoop zoals bedoeld in het Wetboek van Strafvordering en treft reeds om die reden het verweer van de raadsman geen doel.
De rechtbank verwerpt het verweer.
3. Waardering van het bewijs
De rechtbank acht het telastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
4. Beslissing
Verklaart het telastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door
mr. R.A. Sipkens, voorzitter,
mrs. H.P.E. Has en M.J. van Steeg, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.J. Nooij, griffier
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 augustus 2002.