ECLI:NL:RBAMS:2002:AE7153

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
3 september 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02.0697H
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:274 lid 3 BWArt. 3:29 BWArt. 69 RvArt. 115 lid 2 RvArt. 123 Rv
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot doorhaling hypotheken op binnenschip wegens verjaring afgewezen wegens procedurefout

Verzoekers stellen dat zij eigenaar zijn geworden van een binnenschip door verjaring en wensen de doorhaling van twee hypotheken die op het schip rusten om het schip vrij van hypotheken te kunnen verkopen. De akte van verjaring is ingeschreven in het openbare register, maar de hypotheekhouders zijn onbekend.

De rechtbank oordeelt dat het verzoek tot doorhaling alleen kan worden gedaan op grond van artikel 3:274 lid 3 juncto Pro 3:29 BW, waarbij een dagvaarding tegen de hypotheekhouders vereist is. Omdat verzoekers dit niet hebben gedaan en ook geen procureur hebben gesteld, beveelt de rechtbank dat zij de procedure moeten verbeteren door een dagvaarding uit te brengen gericht aan de hypotheekhouders zoals ingeschreven in het register.

De rechtbank bepaalt dat de behandeling van de zaak zal worden voortgezet na het uitbrengen van de dagvaarding volgens de regels van de dagvaardingsprocedure. Verzoekers krijgen de gelegenheid het verzuim te herstellen en hun stellingen aan te passen aan de toepasselijke procesregels.

Uitkomst: Verzoek tot doorhaling hypotheken wordt afgewezen wegens ontbreken van dagvaarding tegen hypotheekhouders.

Uitspraak

02.0697 H
3 september 2002
RECHTBANK IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM
TWEEDE ENKELVOUDIGE CIVIELE KAMER
BESCHIKKING
i n d e z a a k v a n:
1. [verzoeker 1]
2. [verzoeker 2]
beide wonende te Oost Knollendam
v e r z o e k e r s
niet bij procureur verschenen
Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank de doorhaling van twee hypothecaire inschrijvingen zal gelasten.
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
De rechtbank is uitgegaan van het door mr. D.J. Timman, notaris te Amsterdam, namens verzoekers ingediende verzoekschrift met bewijsstukken, ingediend ter griffie op 20 augustus 2002.
De beschikking is bepaald op heden.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Verzoekers leggen aan hun verzoek ten grondslag dat zij krachtens verjaring eigenaar zijn geworden van een binnenschip. De akte van verjaring is in de openbare registers ingeschreven. Op genoemd binnenschip rusten blijkens het openbare register nog twee hypotheken. Met het oog op de verkoop van genoemd binnenschip wensen zij de doorhaling van die hypotheken, nu zij het binnenschip vrij van hypotheken dienen te leveren. De adressen van de hypotheek-houders zijn onbekend.
Verzoekers vermelden in hun verzoek niet op welke rechtsgrond zij dit baseren. Naar het oordeel van de rechtbank kan dit geen andere rechtsgrond zijn dan artikel 3:274 lid 3 juncto Pro 3:29 Burgerlijk Wetboek (BW). De laatstgenoemde bepaling bepaalt dat de rechtbank een hypothecaire inschrijving waardeloos kan verklaren op vordering van de onmiddellijk belanghebbende. Het gebruik van het woord vordering (en niet 'verzoek') betekent dat de procedure had moeten worden ingeleid met een dagvaarding, zoals overigens ook uit het vervolg van die bepaling blijkt.
Op grond van het bepaalde in artikel 69 van Pro het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv), zoals dit sinds 1 januari 2002 luidt, zal de rechtbank bevelen dat verzoekers het stuk waarmee zij de procedure hebben willen inleiden verbeteren en aanvullen in die zin dat zij dit zullen moeten vervangen door een dagvaarding, waarin de gronden voor de vordering zoals in het verzoekschrift vermeld kunnen worden overgenomen, echter met dit verschil dat de dagvaarding gericht dient te zijn tegen de hypotheekhouders zoals deze in het register staan ingeschreven. De dagvaarding dient plaats te vinden tegen de rolzitting van de tweede civiele kamer van deze rechtbank van 8 januari 2003, rekening houdend met een dagvaardingstermijn van drie maanden als vermeld in artikel 115 lid 2 Rv Pro.
De behandeling van de zaak zal na het uitbrengen van de dagvaarding of dagvaardingen worden voortgezet ter rolzitting van de tweede kamer van deze rechtbank. De behandeling zal plaatsvinden volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure.
Verzoekers hebben verzuimd procureur te stellen. De rechtbank stelt hen op de voet van artikel 123 Rv Pro. in de gelegenheid dit verzuim te herstellen ter gelegenheid van het uitbrengen van de dagvaarding of dagvaardingen.
In de uit te brengen dagvaarding of dagvaardingen zullen verzoekers desgewenst hun stellingen aan de dan toepasselijke procesregels kunnen aanpassen.
BESLISSING
De rechtbank:
- beveelt verzoekers de procedure in te leiden met een dagvaarding of dagvaardingen met een inhoud zoals onder de gronden van de beslissing vermeld;
- bepaalt dat de behandeling van de zaak na het uitbrengen van de dagvaarding of dagvaardingen zal worden voortgezet door de civiele kamer van deze rechtbank volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure.
Aldus gegeven door mr. R.H.C. Jongeneel, lid van genoemde kamer, en uitge-sproken ter openbare terechtzit-ting van 3 september 2002, in tegenwoor-digheid van de griffier.