ECLI:NL:RBAMS:2002:AE8134
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot erkenning van kind ondanks vermelding biologische vader in buitenlandse geboorteakte
De zaak betreft een verzoek van een moeder en haar partner om een akte van erkenning van hun kind op te maken, terwijl in de Ghanese geboorteakte van het kind de biologische vader als vader is vermeld. De ambtenaar van de burgerlijke stand weigerde dit vanwege het vermoeden dat het kind reeds een vader heeft volgens Ghanees recht, wat erkenning door een ander zou uitsluiten.
De rechtbank onderzocht of de vermelding van de biologische vader in de buitenlandse geboorteakte gelijkgesteld kan worden met een juridische erkenning zoals bedoeld in het Nederlandse recht. De rechtbank concludeerde dat de vermelding in de Ghanese akte niet automatisch een familierechtelijke band schept die gelijkwaardig is aan erkenning in Nederland, mede omdat de aangifte was gedaan door de grootvader van de moeder en niet door de biologische vader zelf.
De rechtbank stelde dat de ambtenaar de weigering tot erkenning moet intrekken zodra de overige vereiste documenten, waaronder bewijs dat de moeder ongehuwd was ten tijde van de geboorte, zijn overlegd. Hiermee werd het verzoek tot erkenning door de partner van de moeder onder voorwaarden toegestaan.
Uitkomst: De rechtbank gelast de ambtenaar tot het opmaken van een akte van erkenning door de partner van de moeder, ondanks de vermelding van een andere vader in de buitenlandse geboorteakte, onder voorwaarde van juiste documenten.