ECLI:NL:RBAMS:2002:AF0717
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.D.C. Ventevogel
- A.V.T. de Bie
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak primair feit, veroordeling voor kinderdoodslag met TBS en gevangenisstraf
De rechtbank Amsterdam heeft op 6 november 2002 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van een ernstig feit. De rechtbank sprak verdachte vrij van het primair ten laste gelegde omdat dit niet wettig en overtuigend was bewezen. Wel werd subsidiair bewezen verklaard dat verdachte haar pasgeboren kind kort na de geboorte het leven heeft benomen door met een hand en een handdoek de neus en mond te bedekken.
De rechtbank oordeelde dat verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar was vanwege ernstige persoonlijkheidsstoornissen, waaronder borderline en theatrale trekken, die haar oordeelsvermogen en impulscontrole ernstig aantastten. Dit werd onderbouwd door een forensisch psychologisch en psychiatrisch rapport. Verdachte handelde uit angst voor ontdekking van haar zwangerschap en bevalling.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarbij de tijd in voorlopige hechtenis in mindering werd gebracht. Tevens werd een maatregel van terbeschikkingstelling (TBS) met dwangverpleging opgelegd vanwege de ernst van het feit, het ontbreken van ziektebesef en de kans op herhaling. De rechtbank achtte een behandeling in een verplicht kader noodzakelijk en een TBS met voorwaarden onhaalbaar.
Verdachte had het lijk van het kind enkele uren na de dood in een rugzak in haar auto achtergelaten, wat de rechtbank als onverschillig en mensonterend bestempelde. Ondanks haar verminderd toerekeningsvatbaarheid was dit gedrag onacceptabel. De rechtbank hield ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder haar jeugd en eerdere onbestrafte status.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam, waarbij het vonnis werd gewezen door de voorzitter en twee rechters. De straf en maatregel zijn gebaseerd op de artikelen 37a, 37b en 290 van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging wegens kinderdoodslag met sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid.