ECLI:NL:RBAMS:2002:AF1272
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en voorwaardelijke straf bij seksuele handelingen tegen wil slachtoffer
Op 27 mei 2000 vond een incident plaats waarbij verdachte en het slachtoffer na een avond uit in café de River in Uithoorn naar het huis van het slachtoffer gingen. Tijdens deze ontmoeting vonden seksuele handelingen plaats waarvan het slachtoffer stelde dat deze tegen haar wil waren. De rechtbank oordeelde dat niet alle handelingen vanaf het begin tegen de wil van het slachtoffer waren, maar dat verdachte op een zeker moment een grens overschreed door met zijn vingers de vagina van het slachtoffer binnen te dringen.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het bewezen feit heeft gepleegd, waarbij hij het slachtoffer door fysieke dwang verhinderde weerstand te bieden. Verdachte had moeten begrijpen dat hij het slachtoffer, die tien jaar jonger en minderjarig was, dwong tot ongewenste seksuele handelingen. De rechtbank nam mee dat het een uit de hand gelopen vrijage betrof en dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten was veroordeeld.
Vanwege overschrijding van de redelijke termijn tussen het politieverhoor en het vonnis werd de straf gematigd tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van €300 schadevergoeding aan het slachtoffer en de kosten van de tenuitvoerlegging. Een deel van de vordering van het slachtoffer werd als niet-ontvankelijk verklaard en moet via de civiele rechter worden afgedwongen.
Het vonnis werd gewezen door de rechtbank Amsterdam op 27 november 2002, waarbij verdachte werd veroordeeld voor verkrachting zoals omschreven in de wet en de straf geheel voorwaardelijk werd opgelegd.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden en een schadevergoeding van €300 wegens verkrachting.