ECLI:NL:RBAMS:2002:AF5341
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.S.W. Holtrop
- A.H. Schotman
- W.A.H. Melissen
- D. Rijswijk
- J.P.J.J. Timmermans
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid klacht tegen gerechtsdeurwaarder wegens betaling en kosten
Klaagster diende een klacht in tegen een gerechtsdeurwaarder wegens het in rekening brengen van extra kosten nadat zij een bedrag van ƒ 2.879,39 had overgemaakt, waarvan zij stelde dat dit de volledige hoofdsom en incassokosten betrof. De klacht betrof de vermeende onrechtmatigheid van de aanvullende proceskosten en de communicatie over de betalingsontvanger.
De klacht werd behandeld door de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders, waarbij werd vastgesteld dat de gedragingen van de gerechtsdeurwaarder plaatsvonden vóór de inwerkingtreding van de Gerechtsdeurwaarderswet, waardoor tuchtrechtelijke sancties niet van toepassing waren. Tevens werd overwogen dat de mededeling van een medewerker van het kantoor over de betalingsontvanger niet tot aansprakelijkheid van de gerechtsdeurwaarder leidt.
De gerechtsdeurwaarder stelde dat de betaling niet direct aan een bepaalde zaak kon worden gekoppeld, maar dat voldoende inspanningen waren verricht om dit te achterhalen. Bovendien had de deurwaarder de kosten van betekening en vastrecht niet aan klaagster doorberekend, waardoor geen lagere kosten mogelijk waren.
De Kamer verklaarde klaagster niet-ontvankelijk in haar klacht en wees de klacht af. Klaagster kon tegen deze beslissing binnen dertig dagen hoger beroep instellen bij het Gerechtshof te Amsterdam.
Uitkomst: Klaagster is niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht tegen de gerechtsdeurwaarder.