ECLI:NL:RBAMS:2002:AF5342
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.S.W. Holtrop
- A.H. Schotman
- J.P.J.J. Timmermans
- Rechtspraak.nl
Klacht over handelen deurwaarder inzake incasso en communicatie
Klager diende een klacht in tegen de deurwaarder wegens vermeende onvoldoende communicatie, het maken van betalingsafspraken zonder overleg, het intrekken en opnieuw uitroepen van een executoriale verkoop, onvoldoende verhaalsmogelijkheden, schending van geheimhoudingsplicht, commerciële banden met de debiteur, verzoek om niet meer in te schakelen en een te laag ingediende vordering bij de curator.
De klacht betrof gedragingen van de deurwaarder die plaatsvonden vóór de inwerkingtreding van de Gerechtsdeurwaarderswet op 15 juli 2001. De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders oordeelde dat wegens het ontbreken van een overgangsregeling deze gedragingen niet onder het nieuwe tuchtrecht vallen, waardoor klager niet ontvankelijk is in zijn klacht.
Voor de beoordeling ten overvloede stelde de Kamer vast dat de deurwaarder voldoende overleg heeft gevoerd met klager over de aanpak van de zaak en dat de commerciële band met de debiteur niet aannemelijk invloed heeft gehad op zijn handelen. Ook werd geoordeeld dat het verzoek van de deurwaarder aan klager om hem niet meer in te schakelen niet als verwijtbaar wordt beschouwd.
De Kamer adviseerde de deurwaarder om in de toekomst duidelijker afspraken met cliënten te maken en expliciet instemming te vragen om misverstanden te voorkomen. De klacht werd uiteindelijk niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Klager wordt niet ontvankelijk verklaard in zijn klacht tegen de deurwaarder wegens het ontbreken van overgangsrecht.