ECLI:NL:RBAMS:2002:AF5344
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.S.W. Holtrop
- A.H. Schotman
- J.P.J.J. Timmermans
- Rechtspraak.nl
Klacht over incassohandelwijze deurwaarder bij partieel opgevorderde vordering
Klager diende een klacht in tegen de deurwaarder vanwege het incasseren van een hoger bedrag dan het door de kantonrechter toegewezen bedrag in een vonnis. De klacht betrof de vermeende onjuiste incassohandelwijze waarbij de deurwaarder meer dan het vonnisbedrag had geïncasseerd bij de werkgever van klager.
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders overwoog dat de klacht betrekking had op gedragingen van vóór de inwerkingtreding van de Gerechtsdeurwaarderswet op 15 juli 2001. Omdat de wet geen overgangsregeling bevat en terugwerkende kracht op tuchtrechtelijke sancties niet is toegestaan, kon de Kamer de klacht niet ontvankelijk verklaren.
Ten overvloede oordeelde de Kamer dat het partieel opvorderen van een vordering bij de kantonrechter geoorloofd is en dat het incasseren van een hoger bedrag dan het vonnisbedrag niet als onbevoegd kan worden aangemerkt, mits het loonbeslag correct is gelegd. Wel had de deurwaarder in de specificatie aan de werkgever het door de kantonrechter toegewezen bedrag als hoofdsom moeten vermelden.
De Kamer verklaarde de klager niet-ontvankelijk in zijn klacht en wees de klacht af. Tegen deze beslissing kon binnen dertig dagen hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.
Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht tegen de deurwaarder wegens het ontbreken van een overgangsregeling in de Gerechtsdeurwaarderswet.