ECLI:NL:RBAMS:2002:AF5355
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.G. Ellerbroek
- R.G. Kemmers
- J. Smit
- Rechtspraak.nl
Tuchtklacht gegrond verklaard wegens negatieve bewaringspositie gerechtsdeurwaarders
Het Bureau Financieel Toezicht (Bft) stelde een onderzoek in naar de financiële situatie van een gerechtsdeurwaarderskantoor en constateerde een aanzienlijke negatieve bewaringspositie, die niet tijdig werd gecorrigeerd. De gerechtsdeurwaarders erkenden verliezen en een negatieve bewaringspositie, veroorzaakt door bevoorschotting aan een opdrachtgever.
De klacht richtte zich vooral op het niet naleven van artikel 19 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet en artikel 3 van Pro de Administratieverordening, welke voorschrijven dat gelden van derden op een kwaliteitsrekening moeten worden gehouden. De Kamer oordeelde dat de negatieve bewaringspositie gedurende langere tijd bestond en dat de gerechtsdeurwaarders hiermee de tuchtrechtelijke norm hebben overschreden.
Hoewel de gerechtsdeurwaarders een reorganisatieplan hadden opgesteld om de situatie te verbeteren, achtte de Kamer de gedragingen klachtwaardig en legde aan ieder van hen een berisping op met waarschuwing voor zwaardere maatregelen bij herhaling.
Uitkomst: De klacht over de negatieve bewaringspositie wordt gegrond verklaard en aan de gerechtsdeurwaarders wordt berisping opgelegd.