ECLI:NL:RBAMS:2002:AF5359
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. Beins
- R.G. Kemmers
- N.J.M. Tijhuis
- Rechtspraak.nl
Beschikking over klacht tegen gerechtsdeurwaarder wegens niet tijdig doorbetalen geïncasseerde gelden
Klaagster heeft een klacht ingediend tegen de gerechtsdeurwaarder wegens het niet tijdig doorbetalen van een bedrag van ƒ 11.602,- aan achterstallige alimentatie, dat door de gerechtsdeurwaarder was geïncasseerd op grond van een vonnis van de rechtbank. De gerechtsdeurwaarder had het vonnis betekend en executoriaal beslag gelegd, maar had het geïncasseerde bedrag niet binnen de gebruikelijke termijn aan klaagster overgemaakt.
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders oordeelt dat de gerechtsdeurwaarder hiermee in strijd handelde met artikel 7 van Pro de administratieverordening, die een tijdige betaling binnen 1 tot 2 weken voorschrijft. De klacht wordt op dit punt gegrond verklaard. Ten aanzien van de in rekening gebrachte incassokosten wordt de klacht ongegrond verklaard, omdat niet is gebleken welke afspraken hierover zijn gemaakt.
De gerechtsdeurwaarder heeft niet gereageerd op de klacht en was niet aanwezig bij de zitting. Omdat de gerechtsdeurwaarder eerder al een maatregel kreeg voor dezelfde feiten, legt de Kamer een boete van € 2500,- op. De oplegging van de maatregel wordt niet belemmerd door het feit dat de gerechtsdeurwaarder surseance van betaling heeft en ontslag uit het ambt heeft gekregen. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open.
Uitkomst: De klacht over het niet tijdig doorbetalen van geïncasseerde gelden wordt gegrond verklaard en er wordt een boete van € 2.500,- opgelegd aan de gerechtsdeurwaarder.