ECLI:NL:RBAMS:2002:AS4572
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- P.B. Martens
- J.N.A. Jolink
- Rechtspraak.nl
Toestaan van overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor oplichting en vervalsing
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan België op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) dat verband houdt met strafbare feiten zoals oplichting en vervalsing van administratieve documenten. De opgeëiste persoon, met de Belgische nationaliteit en zonder vaste woonplaats in Nederland, werd verdacht van meerdere strafbare feiten die deels op Nederlands grondgebied plaatsvonden.
De verdediging voerde aan dat het ontbreken van inzage in het Belgische strafdossier het onmogelijk maakte om de onschuld van de opgeëiste persoon aan te tonen, en dat de officier van justitie daarom niet-ontvankelijk moest worden verklaard. De rechtbank verwierp dit onschuldverweer omdat de opgeëiste persoon zijn onschuld niet kon aantonen tijdens de zitting en het vermoeden van schuld niet was weggenomen.
Verder werd het bezwaar tegen overlevering op grond van artikel 13 OLW Pro (waarbij overlevering niet wordt toegestaan indien de feiten geheel of gedeeltelijk in Nederland zijn gepleegd) verworpen. De rechtbank oordeelde dat de officier van justitie terecht afzag van deze weigeringgrond, omdat het zwaartepunt van de strafbare feiten in België lag en de vervolging daar was aangevangen.
Ook het verweer dat de officier van justitie niet-ontvankelijk zou zijn wegens organisatorische tekortkomingen werd afgewezen. De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke eisen voor overlevering was voldaan en stond de overlevering toe. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan België toe voor strafvervolging wegens oplichting en vervalsing.