ECLI:NL:RBAMS:2003:AF2781
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.A.A.G. de Vries
- Rechtspraak.nl
Weigering gedoogverklaring met zelfstandige betekenis bij weigering huurovereenkomst voortzetting
Eiser woonde met zijn overleden moeder in een woning waarvoor een huisvestingsvergunning vereist is. Na het overlijden van zijn moeder weigerde de verhuurder de huurovereenkomst voort te zetten, waardoor eiser geen huisvestingsvergunning kon aanvragen. Eiser verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een gedoogverklaring, welke werd geweigerd. Verweerder verklaarde de daarop gerichte bezwaren niet-ontvankelijk omdat de weigering geen rechtsgevolg zou hebben.
De rechtbank oordeelde dat de weigering van de gedoogverklaring in dit bijzondere geval wel als een besluit met zelfstandige betekenis moet worden beschouwd, omdat eiser zonder medewerking van de verhuurder geen huisvestingsvergunning kan aanvragen. De rechtbank vernietigde het besluit tot niet-ontvankelijkheid van de bezwaren en verklaarde het beroep gegrond.
Inhoudelijk oordeelde de rechtbank dat eiser niet passend was gehuisvest en dat verweerder de gedoogverklaring op goede gronden had geweigerd. Het beroep tegen de inhoudelijke weigering werd ongegrond verklaard. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond tegen de niet-ontvankelijkverklaring van bezwaren tegen de weigering van de gedoogverklaring, maar verklaart het beroep tegen de inhoudelijke weigering ongegrond.