ECLI:NL:RBAMS:2003:AF3760
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot voortzetting doorgifte filmkanaal tijdens surséance van betaling UPC
Movieco en UPC sloten een overeenkomst waarbij UPC het Filmkanaal via haar kabelnetwerken zou doorgeven. UPC kreeg op 3 december 2002 surséance van betaling en startte een Amerikaanse Chapter 11-procedure, waarbij zij toestemming kreeg om de nakoming van de overeenkomst te weigeren. Movieco verzocht de rechtbank te bepalen dat UPC niet bevoegd is de doorgifte te staken en de abonnees te informeren over de stopzetting.
De rechtbank overwoog dat artikel 225 Faillissementswet Pro bedoeld is ter beveiliging van de belangen van alle schuldeisers gezamenlijk en niet voor individuele geschillenbeslechting. Bovendien is op de overeenkomst Engels recht van toepassing en is arbitrage overeengekomen voor geschillenbeslechting. De Amerikaanse order heeft geen rechtsgevolg in Nederland en UPC mag zich niet op die order beroepen om nakoming te weigeren.
De rechtbank concludeerde dat Movieco haar vorderingen via de reguliere rechter of arbitrage moet instellen en dat het verzoek tot het opleggen van een maatregel op grond van artikel 225 Faillissementswet Pro niet toewijsbaar is. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek van Movieco om UPC te verplichten het Filmkanaal door te geven wordt afgewezen.