ECLI:NL:RBAMS:2003:AF6425
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J.C. van Kamp
- J. Edgar
- J.J. Molenaar
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid bij poging tot doodslag
Op 22 augustus 2002 heeft verdachte te Amsterdam geprobeerd het leven van het slachtoffer te beroven door hem meermalen met een mes te steken. De rechtbank acht dit wettig en overtuigend bewezen en kwalificeert het als poging tot doodslag.
Een klinisch en forensisch psycholoog heeft verdachte onderzocht en vastgesteld dat hij leed aan een schizofrene stoornis met paranoïde trekken en ernstige persoonlijkheidspathologie, die ook ten tijde van het delict aanwezig was. Op grond hiervan is verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar verklaard.
De rechtbank volgt het advies van de psycholoog en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging. Gezien het gevaar dat verdachte vormt voor zichzelf en anderen, wordt een maatregel opgelegd tot plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van één jaar.
De beslissing is gebaseerd op de artikelen 37, 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank verklaart bewezen dat verdachte poging tot doodslag heeft gepleegd, maar acht hem niet strafbaar en legt de maatregel van plaatsing op.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid en geplaatst in een psychiatrisch ziekenhuis voor één jaar.