ECLI:NL:RBAMS:2003:AF6425

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 februari 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
13/047723-02
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Ontslag van rechtsvervolging
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 SrArt. 45 SrArt. 287 Sr
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van rechtsvervolging wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid bij poging tot doodslag

Op 22 augustus 2002 heeft verdachte te Amsterdam geprobeerd het leven van het slachtoffer te beroven door hem meermalen met een mes te steken. De rechtbank acht dit wettig en overtuigend bewezen en kwalificeert het als poging tot doodslag.

Een klinisch en forensisch psycholoog heeft verdachte onderzocht en vastgesteld dat hij leed aan een schizofrene stoornis met paranoïde trekken en ernstige persoonlijkheidspathologie, die ook ten tijde van het delict aanwezig was. Op grond hiervan is verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar verklaard.

De rechtbank volgt het advies van de psycholoog en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging. Gezien het gevaar dat verdachte vormt voor zichzelf en anderen, wordt een maatregel opgelegd tot plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van één jaar.

De beslissing is gebaseerd op de artikelen 37, 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank verklaart bewezen dat verdachte poging tot doodslag heeft gepleegd, maar acht hem niet strafbaar en legt de maatregel van plaatsing op.

Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid en geplaatst in een psychiatrisch ziekenhuis voor één jaar.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Parketnummer: 13/047723-02
Datum uitspraak: 11 februari 2003
op tegenspraak
VERKORT VONNIS
van de rechtbank Amsterdam, 5de meervoudige kamer A, in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren te … op …,
ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres …,
gedetineerd in het Huis van Bewaring "...…" te ... ….
De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 februari 2003.
1. Telastelegging.
Aan verdachte is telastegelegd hetgeen staat omschreven in de dagvaarding, waarvan een kopie als bijlage aan dit vonnis is gehecht. De in die dagvaarding vermelde telastelegging geldt als hier ingevoegd.
2. Voorvragen.
...
3. Waardering van het bewijs.
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte,
ten aanzien van het primair telastegelegde:
op 22 augustus 2002 te Amsterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] meermalen met kracht met een mes in de slaap en in de buikstreek en in de armen en in de ellebogen en elders in het lichaam heeft gestoken.
Voorzover in de telastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.
4. Het bewijs.
De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.
5. De strafbaarheid van het feit.
Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
6. De strafbaarheid van verdachte.
De verdachte is echter niet strafbaar. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende:
De klinisch en forensisch psycholoog drs. [psycholoog] heeft, blijkens het daarvan opgemaakte rapport van 26 november 2002, de verdachte onderzocht en is tot de conclusie gekomen dat verdachte lijdend is aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens. In diagnostische zin is er sprake van een schizofrene stoornis met paranoïde trekken. Voorts is er sprake van ernstige persoonlijkheidspathologie. De persoonlijkheidsstructuur van verdachte bevat hoofdzakelijk bizar-schizoïde en paranoïde trekken. Deze stoornis deed zich ook voor ten tijde van het plegen van het delict. [psycholoog] adviseert de rechtbank de verdachte met betrekking tot het telastegelegde als volledig ontoerekeningsvatbaar te beschouwen.
De rechtbank neemt deze conclusie over en volgt dit advies op.
Het bewezen geachte kan verdachte derhalve wegens ziekelijke stoornis van de geestvermogens niet worden toegerekend. Verdachte dient terzake daarvan dan ook te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
7. Plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis.
De rechtbank acht daarbij na te noemen maatregel op zijn plaats, aangezien verdachte gevaarlijk is voor zichzelf, anderen en de algemene veiligheid van personen.
Verdachte dient op grond van het vorenstaande voor een termijn van één jaar in een psychiatrisch ziekenhuis te worden geplaatst.
8. Toepasselijke wettelijke voorschriften.
De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 37, 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
9. Beslissing.
Verklaart bewezen dat verdachte het primair telastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3 is aangegeven.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezenverklaarde levert op:
Poging tot doodslag.
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte, [verdachte] , daarvoor niet strafbaar.
Ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging.
Gelast dat verdachte voor de termijn van één jaar in een psychiatrisch ziekenhuis zal worden geplaatst.
Dit vonnis is gewezen door
mr. M.J.C. van Kamp, voorzitter,
mrs. J. Edgar en J.J. Molenaar, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. R. Hirzalla en J.V.M. Mol, griffiers
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 februari 2003.