ECLI:NL:RBAMS:2003:AF6475
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.H.C. Jongeneel
- K.D. van Ringen
- H.C. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering inzake rechtsgeldigheid dading en inningsbevoegdheid in faillissementszaak Serco
Eisers, waaronder een aandeelhouder en crediteuren van de failliete vennootschap Serco, vorderden een verklaring voor recht dat een vordering van Serco op Grimbergen niet was afgedaan middels een dading en dat de inningsbevoegdheid exclusief bij ABN AMRO lag.
ABN AMRO betwistte de vordering met het argument dat Serco, inmiddels ontbonden na opheffing van het faillissement, niet ontvankelijk was en dat eisers onvoldoende belang hadden. De rechtbank stelde vast dat de in 1987 gesloten dading rechtsgeldig was en dat deze de geschillen tussen curatoren en ABN AMRO had beëindigd.
De rechtbank oordeelde dat eisers, behalve een concurrente crediteur met een minimale vordering, geen voldoende belang hadden. De vordering werd afgewezen en eisers werden veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat de dading bindend is en dat de vordering niet meer relevant is.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens gebrek aan belang en bevestigt de rechtsgeldigheid van de dading.