ECLI:NL:RBAMS:2003:AH8809
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.D. Bonga-Sigmond
- R. Blekxtoon
- A.J.R.M. Vermolen
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid uitlevering verdachte op grond van verdenking opiumwet overtredingen door Duitse justitie
De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek tot uitlevering van een verdachte aan Duitsland op verdenking van overtredingen van de Opiumwet. De Duitse justitie had een arrestatiebevel uitgevaardigd vanwege vermeende betrokkenheid bij drugshandel. De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder de onbevoegdheid van de Duitse rechtbank, niet-ontvankelijkheid van het Nederlandse Openbaar Ministerie, eerdere afwijzing van een uitleveringsverzoek door Bulgarije en de vrees voor een oneerlijk proces in Duitsland.
De rechtbank verwierp alle verweren. Ten aanzien van de bevoegdheid van de Duitse rechtbank stelde de rechtbank dat het vertrouwensbeginsel tussen verdragslanden geldt en dat Duitse wetgeving rechtsmacht toekent voor dergelijke feiten, ook indien deze deels in Nederland zijn gepleegd. Het verweer dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zou zijn, werd eveneens afgewezen omdat dit niet relevant is in het uitleveringsrecht.
De rechtbank oordeelde dat het eerdere afwijzen van een uitleveringsverzoek door Bulgarije geen belemmering vormt voor de beoordeling in Nederland en dat het ne bis in idem-beginsel niet van toepassing is omdat geen eerdere veroordeling voor dezelfde feiten is vastgesteld. Ook werd geoordeeld dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de verdachte in Duitsland geen eerlijk proces zal krijgen. De feiten zijn strafbaar in zowel Duitsland als Nederland en voldoen aan de wettelijke vereisten. De uitlevering werd daarom toelaatbaar verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de uitlevering van de verdachte aan Duitsland toelaatbaar.