ECLI:NL:RBAMS:2003:AI1826
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.A. Wildenburg
- Rechtspraak.nl
Strafzaak opzettelijke belediging kroonprins Willem-Alexander met poster en flyers
Op 1 februari 2002 stond verdachte op de Dam te Amsterdam met een klapbord met een poster en deelde flyers uit met een verkleinde versie van deze poster. De tekst en afbeeldingen op deze materialen beledigden de vermoedelijke opvolger van de Koning, prins Willem-Alexander, door hem en zijn familie te betrekken bij genocide en andere ernstige aantijgingen.
Verdachte voerde ter terechtzitting aan dat hij niet de bedoeling had de kroonprins te beledigen maar aandacht wilde vestigen op de gruwelen van de Argentijnse junta. Hij beriep zich op zijn recht op vrijheid van meningsuiting en op psychische overmacht vanwege zijn persoonlijke geschiedenis als vluchteling en zijn betrokkenheid bij slachtoffers van de Argentijnse dictatuur.
De politierechter oordeelde dat verdachte zich bewust was van de aanmerkelijke kans dat zijn uitingen als beledigend zouden worden ervaren en dit op de koop toe nam, waarmee sprake was van voorwaardelijk opzet. De rechter verwierp het beroep op vrijheid van meningsuiting omdat de bescherming van de goede naam van de kroonprins zwaarder woog en ook het beroep op psychische overmacht werd afgewezen omdat verdachte alternatieven had om zijn mening te uiten zonder te beledigen.
De politierechter legde een voorwaardelijke geldboete van €250,- op met een proeftijd van twee jaar, rekening houdend met de ernst van het feit, de motieven van verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden. Verdachte werd vrijgesproken van overige ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van €250,- met een proeftijd van twee jaar wegens opzettelijke belediging van kroonprins Willem-Alexander.