ECLI:NL:RBAMS:2004:AO4348
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J.C. van Kamp
- C.W.M. Giesen
- J.J. Molenaar
- Rechtspraak.nl
Veroordeling politietolk voor schending beroepsgeheim en aannemen van giften
De rechtbank Amsterdam heeft op 24 februari 2004 uitspraak gedaan in de zaak tegen een politietolk die ervan werd verdacht vertrouwelijke informatie uit een strafrechtelijk onderzoek te hebben doorgespeeld aan een hoofdverdachte. De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk schenden van een geheim dat hij uit hoofde van zijn beroep moest bewaren en van het aannemen van een gift van 50.000 gulden en sierraden, zonder dit te melden aan zijn werkgever.
Tijdens de terechtzitting op 10 februari 2004 heeft de verdediging verzocht om het bewijs van afgeluisterde tapgesprekken uit te sluiten, omdat er geen gerechtvaardigd vermoeden was en de verdachte geen strafblad had. De rechtbank verwierp dit verweer, oordelend dat het bevel tot tappen rechtmatig was gegeven gezien de ernst van de feiten.
De rechtbank achtte het eerste feit niet bewezen, maar verklaarde het tweede en derde feit wel bewezen. De verdachte heeft vertrouwelijke informatie over het politieonderzoek gedeeld met de hoofdverdachte en heeft giften aangenomen die in strijd waren met de goede trouw. De rechtbank veroordeelde de verdachte tot 15 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest, en ontzette hem voor vijf jaar uit het recht om als tolk voor politie en justitie te werken.
De strafoplegging weerspiegelt de ernst van het vertrouwen dat werd geschonden en het persoonlijk winstbejag van de verdachte. De rechtbank benadrukte dat ondanks de vrijspraak van het eerste feit, de opgelegde straf passend en noodzakelijk is.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf en vijf jaar ontzetting uit het beroep van tolk voor politie en justitie.